La troupe za3za3 goes Morocco: tussen traditie en moderniteit

Voor de kick-off van ons project Izran Revisited in september 2021 werkte Citizenne samen met Ras el Hanout, een geëngageerd theatergezelschap uit Molenbeek. Ze maakten voor de gelegenheid het stuk ‘Memoire du Rif’, vrij gebaseerd op het boek van Fatiha Saidi. Het stuk werd goed onthaald. Hun ambitie is nu om dit verder uit te werken voor hun Slam festival in september 2022. Om dit meer body te geven, trokken ze in maart naar het Rif, op zoek naar de ‘Riffijnse identiteit’. Ze nodigden Fatima Bouchataoui en Najila Aloui uit om de samenwerking verder uit te diepen. Dat moesten ze geen 2 keer vragen. Nieuwsgierig naar de roots van de izran en benieuwd naar de verhalen gingen ze mee op “inleefreis”.
Najila schreef er dit (beeld)verslag over. Fatima zorgde voor filmpjes en foto's. 

Sidi chaib in onze gezangen en in ‘t echt

Weken aan een stuk zongen we in het najaar van 2021, samen met Fatoum, ‘lala bouya’ tijdens workshops in Molenbeek, Sint-Gillis en Sint-Joost. We repeteerden in koor, de ene al beter in de maat dan de andere, een bepaald liedje: Sidi Chaib unuftah. In ons hoofd ging het over een sleutel, of twee …. Niets bleek minder waar.

Want nu, ergens in maart, weten we wel beter. We staan aan het mausoleum van Sidi Chaib. Op een heuvel in Temsaman, in de baai van Al hoceima in Marokko. De bewaker Abqoui ontvangt ons met zichtbaar plezier. Hij kan zich nog tijden herinneren dat de heuvel hier vol met mensen zat, vrouwen en mannen door elkaar. Alle stammen van Ibquien tot Iqar3ien kwamen hier samen tijdens  het Moussemfestival om te eten, nieuws uit te wisselen, te zingen, te dansen, een huwelijkskandidaat te kiezen … Vrouwen die met hun danskunsten wisten te imponeren, hadden hun bruidegom voor het kiezen.

Naast het mausoleum van Sidi Chaib is er een moskee, twee binnenpleinen (het mausoleum en de moskee kruisen elkaar niet) en een serie kamertjes voor wie onderdak nodig had. Mohamed, onze lokale gids, maakt ons attent op bepaalde elementen in de bouwstructuur: balken die in de goot ‘liggen’ en dus kunnen bewegen. Hij is architect en wijst ons vaak op dit soort ingrepen, hoe mensen vroeger bouwden en hoe dit wél aardbevingen doorstaat. Hij alludeert op de aardbeving die deze streek in 2009 zwaar trof en die duidelijk een diepe indruk heeft nagelaten op onze gids.

Het mausoleum kijkt uit op de baai van Al hoceima, een majestueus uitzicht op de Middellandse zee. De legende zegt dat Sidi Chaib hier de zee ‘opende’, zodat zijn hond een kind kon redden van de verdrinkingsdood. Unuftah staat dus niet voor sleutel zoals wij dachten, wel voor zwemmen. Er staat zelfs een klein gebouwtje om de hond te eren, net bij het mausoleum. Onze gids Mohamed C. voelt zich duidelijk in zijn element. ‘het gaat me niet om het oordelen’, benadrukt hij verschillende keren, ‘eerder het weten, het begrijpen is belangrijk’. 

De tombe van Sidi Chaib staat in het midden van een vierkante ruimte die overgaat in een gewelf. Opnieuw spreekt de architect in onze gids: weet je wel hoe moeilijk dit technisch is? Het gewelf rust op niets!’ De overgang symboliseert de reis van het aardse naar het hemelse. De tombe is bedekt door 7 doeken, eentje voor elke dag. De kleurrijke muren staan vol met henna-handen en ook hier en daar een telefoonnummer. De symboliek is overal. De plek blijft populair bij huwbare vrouwen. Vandaag komen ze hierheen enkel voor een smeekbede. Dat was ooit anders.

Izran zingen is haram
‘Wanneer zijn ze gestopt, die Moussemfestivals? Dat willen we graag weten.

Onze gids M antwoordt diplomatisch ‘In de beginjaren van de islam verzoende de religie zich makkelijk met lokale gebruiken, met tradities. Dat verklaart ook waarom mensen zo makkelijk de islam aannamen. Vandaag is er meer moeite met deze lokale gebruiken en tradities. Het hoort niet bij een bepaalde interpretatie van de islam. Maar waren onze voorouders dan geen moslims?’

Het is een angel die we vaker voelen tijdens deze reis: de overhand van het wahabisme.


Nu we in de bakermat van de izran zijn willen we graag samen met de plaatselijke vrouwen de izran zingen. Maar onze poging om vrouwen bij elkaar te brengen, loopt uit op een fiasco. Ze schuiven ongemakkelijk op hun stoel, ‘niet hier, dat is geen goede plek’, ‘nee ook niet daar, daar gaan de buren ons horen’. ‘ik ken geen izran’ om vervolgens toch mee te lispelen. Alle uitvluchten zijn goed. Terwijl onze chauffeur Noah de ene izran na de andere uit zijn mouw schudt, is zijn moeder bij onze ontmoeting heel stellig: “nee ik zing niet meer, het is haram”. Vlak daarvoor had de chauffeur ons nog trots toevertrouwd dat hij ze van zijn moeder heeft geleerd.

Maar nu is het dus haram …

Op zoek naar izran in Marokko horen we dit meer en meer. Zingen mag niet. Het idee dat vrouwen op publieke plekken zongen en elkaar dissen door ter plekke nieuwe izran uit te vinden… het lijkt iets uit een andere tijd of andere plek… Op de markt van Dar el Kabdani is er tout court geen vrouw meer te zien. Na ettelijke mislukte pogingen om samen izran te zingen, voelt onze Fatima de moed in haar schoenen zakken. Ze troost zich dan maar door zelf de adjoun te nemen en ‘sidi chaib’ in te zetten. Enkel S. kan meezingen, ik ben ondertussen de tekst vergeten.

Zijn Izran ten dode opgeschreven?

De taal speelt iedereen parten, ook de Riffijnse diaspora in onze groep. Ze beheersen het Tarifit passief of als derde, vierde taal…

En Izran is poëzie! Het is een kunstvorm waar je net iets meer voor nodig hebt dan ‘oui oui je me debrouille’. De positie van het Tarifit en andere Amazigh talen is weinig hoopvol. Het heeft een eigen alfabet, dat enkel hoogopgeleiden kunnen schrijven. Het wordt op school in Marokko nauwelijks onderwezen (sinds 2011 wordt het wel onderwezen, maar niet door native speakers en enkel als er tijd voor is). Native speakers kiezen Arabisch voor hun kinderen. Door de Arabisering geloven ze dat ze zo de toekomstkansen van hun kinderen verhogen. Wat op zijn beurt natuurlijk leidt tot nog meer Arabisering. Ook via de TV leer je de taal niet. Er is in Marokko 1 zender voor de drie dialecten samen (Tarifit, Tachihied en Tasousiet) en dus krijg je daar eerder een soort mengtaaltje te horen. De meeste kennis van het Tarafit zit enerzijds bij de ‘eentaligen’, laaggeschoolden/analfabeten (die niet overschakelden op het Arabisch, Frans of Spaans) en anderzijds bij de hoogopgeleiden en activisten, die uit overtuiging erg vasthouden aan hun taal. Voor poëzie is een goede taalbeheersing onontbeerlijk. Het stemt tot nadenken.
Op de terugreis houdt 1 vraag ons bezig: zijn Izran ten dode opgeschreven?